In het kader van The Good Professional werden twee Nederlandstalige conferenties georganiseerd.

10 oktober 2008. Code en karakter. Beroepsethiek van pedagogen en juristen

13 oktober 2006. Idealen van professionals

CODE EN KARAKTER

Beroepsethiek van pedagogen en juristen

datum: 10 oktober 2008

plaats: Vrije Universiteit Amsterdam

gebouw: Transitorium
Van der Boechorststraat 1 (hoek De Boelelaan)
1081 BT Amsterdam

tijd: vanaf 9:30
aanmelding: via deze website tot 6 oktober (verlengd, eerder 25 september 2008)
accreditatie: voor deze cursus is accreditatie aangevraagd bij NVO/NIP en NOvA

thema - programma - abstracts & sprekers - aanmelding/kosten/accreditatie - locatie/route - contact

THEMA
Wat kenmerkt goede pedagogen en juristen? Hoe ontwikkelen zij zich tot professionals die niet alleen hun werk goed doen maar ethisch ook karakter tonen? Hoe te reageren in concrete probleemsituaties uit de eigen beroepspraktijk waarbij ethische vragen spelen? Helpt een beroepscode daarbij? En kun je daarover wat opsteken van andere professies?
Deze en verwante vragen staan centraal tijdens een ééndaagse conferentie, georganiseerd aan de VU door een onderzoeksgroep die zich bezighoudt met beroepsethiek in het door NWO gesubsidieerde project The Good Professional, in samenwerking met het Amsterdams Centrum Kinderstudies (ACK) en de VU Law Academy (VULA)
Pedagogen – leerkrachten, gezinsvoogden, pedagogische hulpverleners enz. – en juristen – rechters, advocaten, officiers van justitie, notarissen enz. – vormen twee heel verschillende maar toch ook vergelijkbare beroepsgroepen. De juristerij is een professie met oude papieren. Haar beroepsethiek is gecodificeerd in eigen tuchtrecht. Pedagogen zijn minder sterk georganiseerd en hun beroepsethiek is dikwijls meer impliciet. Uit ons onderzoek blijkt dat het vruchtbaar kan zijn om over de muren van de eigen professie te kijken hoe het er aan toegaat in de beroepsethiek van andere beroepsgroepen. Wat levert dergelijke ‘interprofessionele’ kruisbestuiving tussen pedagogen en juristen van allerlei slag op? Deze dag biedt de mogelijkheid ervaringen uit te wisselen en inzichten over beroepsethiek aan te scherpen.

In de ochtend worden drie plenaire lezingen gehouden. Prof.dr. Monique Volman is bijzonder hoogleraar Onderwijskunde, VU-Amsterdam. Zij spreekt over de ideale leerkracht. Prof.dr. Marc Loth is hoogleraar rechtswetenschappen en rechtstheorie, Erasmus Universiteit en tevens plaatsvervangend rechter in Den Haag en plaatsvervangend raadsheer in Amsterdam. Hij spreekt over de beroepsethiek van juristen. Dr. Jos Kole, postdoctoraal onderzoeker in het project The Good Professional, leidt de dag in met een lezing over bronnen en bouwstenen van beroepsethiek.
In de middag is er een aanbod van diverse workshops. Medewerking daaraan is toegezegd door drs. Joyce Aalberts (Voorzitter Commissie Kwaliteit & Opleiding van de NVO), mr. Lotje van den Puttelaar (waarnemend Deken Orde van Advocaten), mr.dr. Arie-Jan Kwak (rechtsfilosoof), mr.dr. Hendrik Kaptein (rechtsfilosoof, gespecialiseerd in beroepsethiek van juristen), prof.dr. Bert Musschenga (ethicus) over integriteit van professionals, prof.mr.dr. Anne Ruth Mackor (beroepsethiek) drs. Claire Verlinden (Algemene Onderwijsbond, project Professioneel statuut) en dr. Alies Struijs (Centrum voor Ethiek en Gezondheid, over beroepsethiek in de jeugdzorg).
Meer informatie over de inhoud van lezingen en workshops en de achtergrond van de sprekers en workshopbegeleiders vindt u hier.

Deze conferentie is bedoeld voor pedagogen en juristen, studenten die een pedagogische of juridische opleiding volgen en zij die zich met professionele ethiek bezighouden, in het bijzonder die van pedagogen en juristen.

[top^]

PROGRAMMA

09:30 ontvangst en koffie

10:00 opening/welkom door Prof.dr. Doret J. de Ruyter

10:10 eerste lezing: Dr. Jos Kole

Bronnen en bouwstenen van beroepsethiek
10:40 discussie – vragen

10:50 tweede lezing Prof.dr. Monique Volman

De ideale leraar tussen bekwaamheidseisen en 'evidence'
11:25 discussie – vragen

11:40 pauze

12:00 derde lezing Prof.mr Marc Loth

De goede jurist: over morele moed, onafhankelijkheid, en een riskante omgeving
12:35 discussie – vragen

12:50 algemene reflectie

13:00 lunch

middag – parallelle workshopronden

14:00 workshopronde 1

1.A juristen (advocaten)

Tuchtrecht afdoende? Beroepsethiek van advocaten







Mr. Lotje van den Puttelaar
1.B algemeen

Richtlijn en autonomie







Prof.mr.dr. Anne Ruth MacKor
1.C pedagogen (orthopedagogen)

beroepsethische dilemma’s; leren kiezen als orthopedagoog







drs. Joyce Aalberts & drs. Nicoline Jacobs
1.D pedagogen (leraren)

Op weg naar een professioneel statuut voor leraren







drs. Claire Verlinden

15:00 pauze

15:30 workshopronde 2

2.A juristen

De goede jurist:rolbewustzijn als zin in het vak werkt beter dan beroepsethiek







Mr.dr. Hendrik Kaptein
2.B juristen

De rechter:code én karakter







Mr.dr. Arie-Jan Kwak
2.C algemeen (integriteit)

Integere professionals: Hoe minder je er nodig hebt, des te beter!?







Prof.dr. Bert Musschenga
2.D pedagogen (jeugdzorg)

Beroepsethiek van professionals in opvoedingssituaties







dr. Alies Struijs

16:30 afsluiting met borrel

[top^]

ABSTRACTS & INFORMATIE OVER SPREKERS

Bronnen en bouwstenen van beroepsethiek



Deze lezing geeft een inleiding in het wat en hoe van beroepsethiek en gaat vervolgens nader in op de belangrijkste elementen uit de beroepsethiek van juristen en pedagogen. Daarbij zal een analyse gegeven worden van resultaten van empirisch onderzoek dat onder juristen en pedagogen gehouden is naar wat zij zelf belangrijke aspecten van hun beroepsmoraal vinden.

De ideale leraar tussen bekwaamheidseisen en 'evidence'



Het beroep van leraar heeft de afgelopen tijd in de media veel aandacht gekregen. Daarbij is vooral naar voren gebracht wat er op dit moment allemaal niet ‘ideaal’ is in het onderwijs. In de recente onderwijsdiscussies werd echter ook duidelijk dat er grote verschillen zijn in de waarden en idealen die leraren leiden in hun werk. De een voelt zich door onderwijsvernieuwingen in zijn beroepseer bedreigd, terwijl de ander die juist ervaart als een mogelijkheid om zijn idealen te verwezenlijken. Ondanks het waardegeladen karakter van vragen over de kwaliteit van het onderwijs en de rol van de leraar, wordt de discussie daarover maar weinig gevoerd in termen van beroepsethiek. In deze lezing passeert een aantal recente varianten van de ‘ideale leraar’ de revue, onder andere de (SBL)competente leraar, de evidence-based werkende leraar, en de onderzoekende leraar. Nagegaan wordt welke professionele moraal met deze ideaalbeelden is verbonden.

Monique Volman is als hoogleraar verbonden aan het Onderwijscentrum van de Vrije Universiteit. Daarnaast is zij werkzaam bij de afdeling Onderwijspedagogiek en Opvoedingsfilosofie van de VU. Belangrijke thema’s in haar onderzoek zijn leeromgevingen voor betekenisvol leren, identiteitsontwikkeling, diversiteit, en ict in het onderwijs. In 2006 publiceerde zij Pedagogische kwaliteit in de basisschool (met G. Geerdink en W. Wardekker, HBuitgevers). In 2007 hield ze de Windesheim lezing over De beroepseer van de leraar. Recente publicaties gaan o.a. over het ‘nieuwe leren’, de kloof tussen theorie en praktijk in het onderwijsonderzoek, en de rol van docenten in vernieuwende onderwijsvormen. Zij is lid van de Vereniging voor Onderwijsresearch (VOR) en de Vereniging voor Lerarenopleiders (VELON).

De goede jurist: over morele moed, onafhankelijkheid en een riskante omgeving

Wat kenmerkt een goede jurist? Wat is de belangrijkste morele eigenschap die we van een jurist verwachten? In deze bijdrage zal worden betoogd dat moed de belangrijkste morele eigenschap is van een jurist. Moed impliceert de onafhankelijkheid om van rolgebonden verwachtingen af te wijken. Niet als een ongeleid projectiel, maar als een kritische geest die op beslissende momenten tegen de stroom durft in te roeien. De geschiedenis laat voldoende voorbeelden zien van juristen die deze moed wel hadden, maar helaas ook van juristen die haar misten. In de huidige samenleving zijn de condities voor de ontwikkeling van onafhankelijkheid niet bepaald gunstig, noch in de advocatuur, noch in de rechterlijke macht. De consequentie van deze situatie is dat eerder een groter beroep wordt gedaan op de morele moed van de jurist, ook in situaties waarin dat niet snel zou worden verwacht. Morele moed en een onafhankelijke geest zijn daarom actueler dan ooit.

Marc Loth is hoogleraar rechtswetenschappen en rechtstheorie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit. Tevens is hij plaatsvervangend rechter in Den Haag en plaatsvervangend raadsheer in Amsterdam. Loth publiceert geregeld over de beroepsethiek van juristen, onder meer het boek Ethiek en het juridische beroep (samen met Jeanne Gakeer), Den Haag: Boom, 2007.

[top^]

emptyWorkshop 1A: Tuchtrecht afdoende? Beroepsethiek van advocaten  [overzicht^]
Elke beroepsgroep heeft er belang bij dat de beroepsbeoefenaren good professionals zijn en het vertrouwen kunnen geven aan de cliënt en de samenleving. Voor de advocaat geldt dat misschien nog bij uitstek omdat de burger veelal de advocaat nodig heeft om de toegang tot het recht te krijgen. Vertrouwen in het recht en in het rechtsysteem zijn voor een democratie van groot belang. De advocaat heeft daar een belangrijke rol in.
Elke advocaat moet er zorg voor dragen dat hij dat vertrouwen waar maakt. Dit betekent dat de advocaat vakbekwaam moet zijn. Vakbekwaam houdt in dat hij over voldoende kennis en kunde beschikt voor de behandeling van de zaken die aan hem zijn toevertrouwd. Daarnaast dient hij integer te zijn en beschikken over een goed ethisch besef. Tot slot heeft een vakbekwame advocaat een goede kantoororganisatie. Deze drie gebieden vloeien in elkaar over. De drie samen vormen het geheel van de vakbekwaamheid, de professionele standaard waaraan de advocaat dient te voldoen.
Elke advocaat is verplicht lid van de Nederlandse Orde van Advocaten. De advocaat heeft te maken met vele regels in de vorm van gedragsregels, in verordeningen en in de Advocatenwet die zien op de vakbekwaamheid waaronder de integriteit. Daarnaast wordt er op advocaten toezicht gehouden door de plaatselijke Dekens en vallen zij onder het Advocatentuchtrecht.
De afgelopen jaren heeft de advocatuur een enorme groei doorgemaakt zowel in aantal als in kwaliteit. Het gaat dan met name over de vakinhoudelijkheid, de kennis en de kunde.
Hoe zit het met de integriteit? Zijn de bestaande regels en het tuchtrecht afdoende of zouden er andere maatregelen genomen moeten worden?

Mr. Lotje van den Puttelaar heeft haar studie Nederlands recht gevolgd aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Vanaf 1975 is zij advocaat in Rotterdam, thans is zij maat bij het kantoor Wybenga Wildeboer van den Puttelaar aldaar. Zij is gespecialiseerd in het familie- en jeugdrecht, strafrecht, gezondheidsrecht en is ook mediator. Vanaf 2004 is zij bestuurslid van de Nederlandse Orde van Advocaten, thans als waarnemend deken.
Naast haar advocatuurlijke werkzaamheden is zij werkzaam geweest als universitair docent forensische psychiatrie en gezondheidsrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Als nevenfunctie was zij Voorzitter van de Raad voor de Kinderbescherming te Rotterdam en gedurende tien jaar lid van de RSJ.
Vanaf 1989 is zij raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof te ’s-Gravenhage.

emptyWorkshop 1B:Richtlijn en autonomie [overzicht^]
Professionals worden in toenemende mate onderworpen aan regels en richtlijnen. In reactie daarop klagen professionals niet alleen over bureaucratie, maar ook over de ondermijning van hun professionele autonomie. Critici stellen daartegenover dat autonomie voor professionals slechts een dekmantel is om te kunnen doen en laten wat zij willen.
Aan de hand van een polemiek tussen P.A.M. Vierhout, toenmalig voorzitter van de Orde van Medisch Specialisten (‘Ontneem de arts zijn professionele autonomie niet’, NRC-Handelsblad 12.12.2005) en toenmalig minister van VWS, Hans Hoogervorst (‘Autonomie van artsen is achterhaald begrip’, NRC-Handelsblad 16.12.2005) gaan we in op de vraag wat professionele autonomie inhoudt en onder welke omstandigheden richtlijnen de autonomie van de professional en de kwaliteit van diens werk bevorderen of juist bedreigen. In de workshop zal de aandacht vooral uitgaan naar de ethische kwaliteit van de professional en diens werk.

Prof.mr.dr. Anne Ruth Mackor is als bijzonder hoogleraar professionele ethiek en UHD rechtsfilosofie verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij doceert daar professionele ethiek aan juristen, bestuurskundigen, geestelijk verzorgers en filosofen. Daarnaast is zij ondermeer lid van de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie Groningen, Friesland, Drenthe. Een van haar onderzoeksthema’s betreft de regulering van professies. Zie daarover met name: Te meten, of niet te meten: dat is de vraag, oratie Groningen, SWP, Amsterdam, 2006; Standaardisering van geestelijke verzorging, TGV  10 (2007) 44, pp. 21-37 en Prestatienormen. Over prestatiemeting (in opdracht) van de overheid, in P.C. Westerman & A.R. Mackor (red.), Vormen van (de)regulering, Den Haag, Boom Juridische Uitgevers, 2008, pp. 73-92.

emptyWorkshop 1C:Beroepsethische dilemma’s; leren kiezen als orthopedagoog [overzicht^]
Professioneel handelen is meer dan het volgen van de regels en het uitvoeren van richtlijnen. Om kennis maar ook het beroep te ontwikkelen is een systematische en doorlopende reflectie op het eigen professioneel handelen noodzakelijk. Deze reflectie moet gestimuleerd worden en gekoppeld worden aan de (beschikbare) wetenschappelijke en professionele kennis
In deze workshop zullen we dieper ingaan op hoe je als beroepsvereniging en als opleiding bij kunt dragen aan het verantwoord leren kiezen en het je keuze leren verantwoorden in beroepsethische dilemma’s. Bij die dilemma’s zijn richtlijnen en regels van belang. In deze workshop zullen we enkele  beroepsethische dilemma’s zoals die aan de beroepsvereniging worden voorgelegd aan de orde stellen. Vervolgens zullen we kritisch naar de bestaande regels en richtlijnen kijken en nagaan waar die ruimte bieden en verruiming behoeven.

Drs. Joyce Aalberts is werkzaam bij Vrije Universiteit, Faculteit Psychologie en Pedagogiek als onderwijsportefeuillehouder en als docent orthopedagogiek. Ze is betrokken bij de postacademische beroepsopleiding tot Orthopedagoog-Generalist als hoofddocent, praktijkopleider en supervisor bij de PDBO-Randstad. Verder is ze lid van de beroepsvereniging Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen (NVO) en voorzitter van de NVO-commissie kwaliteit en opleiding.
Relevante publicaties;
Boschhuizen R & J.M.C Aalberts & E. Koster  (2007)
Preparing Dutch Undergraduates for Lives of Moral and Civic Responsibility;
Centre for Educational Training, Assessment and Research (CETAR), VU University Amsterdam,
Aalberts, J.M.C.  (2004)
Reflectie op eigen professioneel handelen.
In: H.G. Muijen, G. Appel en  T. de Cock Buning (red) Hoe word je wijzer als je ruim denkt  Amsterdam VU Uitgeverij

emptyWorkshop 1D: Op weg naar een Professioneel Statuut voor leraren [overzicht^]
Wat heeft beroepsethiek te maken met een Professioneel Statuut? De Algemene Onderwijsbond  signaleert dat leraren onder druk van management sturing en organisatiedoelen hun professionele autonomie verliezen. Hoe wij met leerlingen omgaan, hoe wij hen beoordelen, hoe wij begeleidingsplannen maken, in toenemende mate spelen financiële en organisatiedoelen een rol. Mag een manager voorschrijven dat maar 5 % van de leerlingen mag zakken? Mag je tot de orde geroepen worden omdat je te lage punten geeft aan de leerling? Mag je een allochtone leerling extra hulp bieden om toch nog een diploma te halen? 
Een leraar die zijn taak in een publieke organisatie serieus neemt, zal deze ethische problemen herkennen.
De Algemene Onderwijsbond bepleit al enige jaren een versterking van de positie van leraren in onderwijsorganisaties. Hij is van mening dat het beleid van verschillende kabinetten, gericht op autonomievergroting van scholen en deregulering van het onderwijsbeleid , geleid heeft tot versterking van het management maar niet leidt tot een betere positie van de beroepsgroep leraren. Dat heeft geleid tot een model 'Professioneel Statuut', zoals ook andere beroepsgroepen dat kennen. Afgelopen maanden zijn de bewindslieden en de onderwijsorganisaties aan de slag gegaan met de uitwerking van het Convenant Versterking Leraarkracht  en het Professioneel Statuut van de AOb speelt daar een belangrijke rol in.
De AOB is van mening dat versterking van de positie van de leraar in zijn professionele autonomie het mogelijk maakt om de ethische dilemma’s  en spanningen rond organisatiedoelen, benchmarks, leerresultaten, beter hanteerbaar te maken. Professionals zullen met elkaar deze dilemma’s moeten verhelderen. Als beroepsgroep zullen zij uitspraken moeten doen over deze dilemma’s die door marktwerking in het onderwijs steeds groter zullen worden.
In de workshop zullen we de voorstellen van de AOb bekijken in het licht van de ethische dimensies van het leraarberoep.

drs. Claire Verlinden is  als senior-stafmedewerker werkzaam bij  de Algemene Onderwijsbond. Zij houdt zich al lange tijd bezig met het onderwijsbeleid van de bond in alle onderwijssectoren maar vooral  op de terreinen van opleiding, professionalisering en kwaliteit. Verlinden heeft een flink aantal  jaren in het basisonderwijs gewerkt; studeerde onderwijskunde in Utrecht en vervulde  een aantal maatschappelijke functies.
Voor de AOb treedt zij op in het vergadercircuit met OCW-ambtenaren en onderwijs-organisaties. Versterking van het beroep leraar is haar grootste drijfveer.

emptyWorkshop 2A:De goede jurist: rolbewustzijn als zin in het vak werkt beter dan beroepsethiek [overzicht^]
Veel benaderingen van beroepsethiek voor juristen gaan uit van beroepsethiek als een afgeleide van algemene ethiek. Praktijkjuristen zien er niet veel in. Vaak denken zij dat (tucht)recht voldoende is voor fatsoenlijk juristengedrag. Geen van beide benaderingen kan goed werken. Een uitdrukkelijk ethische aanpak, voor zo ver niet ten prooi vallend aan twijfels over grondslagen van ethiek, mist motiverend vermogen. (Tucht)recht is hoe ook niet voldoende. Het biedt te veel speelruimte tot gedrag dat lawful but awful is. Tuchtrecht bevat bovendien dermate vage termen dat het op zijn beurt beroepsethiek lijkt te vooronderstellen (bijvoorbeeld: wat is 'een behoorlijk advocaat' volgens art. 46 Advocatenwet?). Een betere benadering biedt doordenking van de rollen van juristen in het rechtsbedrijf. Bijvoorbeeld: waarom zijn er eigenlijk advocaten en waar zijn zij goed voor in het geheel van de rechtsbedeling? Dat kan leiden tot een betere juridische beroepspraktijk en tot meer zin in het vak voor juristen.

dr. Hendrik Kaptein is universitair hoofddocent rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden. Hij schreef Kwade Zaken: de moraal van het juridisch beroep (Ars Aequi, 2006, zie aldaar voor verdere bibliografie). Hij studeerde (rechts)filosofie aan de Universiteit van Amsterdam, alwaar hij promoveerde op grondslagen van ethiek en ethisch denken. Hij doceerde eerder aan de Universiteiten van Nijmegen en Amsterdam. Op wetenschappelijk gebied houdt hij zich in het bijzonder bezig met: beroepsethiek voor juristen, strafrechtstheorie en juridische argumentatie, (via de media) ook voor een breder publiek. Hij is bestuurlijk actief in de universitaire medezeggenschap, verder doet hij allerlei ander bestuurlijk (vrijwilligers)werk en is hij hoofdklokkenluider van de Oude Kerk in Amsterdam.

emptyWorkshop 2B:De rechter: code én karakter [overzicht^]
Juridisch gesproken heeft iemand na het uitzitten van de straf vervolgens een schone lei. Strafbaar is een bepaalde handeling en de straf maakt de strafbaarheid van de handeling verder ongedaan. In principe staat hier het handelen en niet de persoon van de verdachte ter discussie, dit is een typisch kenmerk van een, wat je zou kunnen noemen, "code-ethiek". Een rechter die een strafrechtelijke regel overtreedt en daarvoor veroordeeld wordt (of zelfs al vervolgd wordt), kan zijn functie echter nooit meer uitoefenen want onwillekeurig staat hier niet het handelen maar wel degelijk de hele persoon ter discussie. Gezagsverlies betekent dat de persoon niet meer ver-trouwd wordt met het uitoefenen van overheidsmacht. Dit laat zich verbinden met een "karakter-" of "deugdenethiek". Het recht is tegelijkertijd onpersoonlijk en persoonlijk, en de stelling is dat dit een spanningsveld oplevert waar een goede rechter mee om moet weten te gaan.

Mr.dr. Arie-Jan Kwak is jurist en filosoof en als universitair docent verbonden aan de rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden. Hij is in 2005 gepromoveerd op een proefschrift over het morele spanningsveld waarin juridische professionals tegenwoordig werken: The Legal Junction. In 2006 verscheen De meervoudige rechter, een monografie over de gezaghebbende, neutrale, efficiënte en coöperatieve rechter en de beroepsethische spagaat die dit in de praktijk kan opleveren.

emptyWorkshop 2C:Integere professionals: Hoe minder je er nodig hebt, des te beter!? [overzicht^]
Van professionals mogen we verwachten dat ze zowel in beroepsinhoudelijke als in morele zin competent zijn. Mogen we van professionals ook verwachten dat ze integer zijn? In de literatuur over ambtelijke integriteit is een niet-integere ambtenaar iemand die regels overtreedt. De betekenis van integriteit verwatert als de term zo ge-bruikt gaat worden. Ik zou willen pleiten voor een striktere definitie van integriteit. Integriteit gaat in mijn visie verder dan morele competentie. Van iedere docent, hulp-verlener of advocaat verwachten dat deze integer is, is net zo iets als verwachten dat hij excellent in z’n vak is. De kwaliteit van een afdeling Chirurgie van een ziekenhuis is van meer factoren afhankelijk dan van de kwaliteiten van de chirurgen. Een patiënt is waarschijnlijk beter af in een goed georganiseerd en goed geoutilleerd ziekenhuis met competente chirurgen, dan in ziekenhuis dat wel excellente chirurgen heeft, maar dat slecht georganiseerd is en de apparatuur ook niet goed onderhoudt. Integriteit is net als excellentie een ideaal en geen norm. Het morele gehalte van een be-roepspraktijk kan en mag ook niet totaal afhankelijk zijn van de morele kwaliteit van de daarin werkzame professionals. Van welke factoren dan wel? Hebben we in de meest ideale situatie dan geen integere professionals nodig? Daarover zou ik het tijdens de workshop willen hebben.

prof. dr. Bert Musschenga is als ethicus verbonden aan het Blaise Pascal Instituut en de faculteit Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit.
Relevante publicaties:
Integriteit: een conceptuele verkenning , in:  Ronald Jeurissen & Bert Musschenga & (red.), Integriteit in bedrijf, organisatie en openbaar bestuur, Assen (Van Gorcum) 2002, pp. 1-17.
Integriteit. Eenheid en heelheid van de persoon, Utrecht (Lemma) 2004
Opvoeding tot integriteit: In: Leendert F. Groenendijk & Jan W. Steutel (eds), Analytisch filosoferen over opvoeding en onderwijs Liber Amicorum voor Ben Spiecker, Amsterdam (SWP) 2004, pp. 117-129.

emptyWorkshop 2D:Beroepsethiek van professionals in opvoedingssituaties [overzicht^]
"Alle kansen voor alle kinderen." "Ieder kind wint." Het zijn de motto’s waaronder het huidige jeugdbeleid wordt gevoerd, op landelijk of gemeentelijk niveau. Steeds meer komt de nadruk daarbij te liggen op preventie, en is het een doel dat kinderen niet alleen beschermd worden tegen gevaar, maar ook op kunnen groeien tot participerende burgers. Vroege signalen vormen een aanleiding voor ingrijpen en opvoeden is niet alleen een zaak van het gezin, maar van de samenleving als geheel. De roep om vroeger en krachtiger ingrijpen wordt steeds meer gehoord.
Professionals in de jeugdzorg, het jeugdwelzijnswerk, de jeugdgezondheidszorg, of in het onderwijs kunnen geconfronteerd worden met een aantal lastige morele dilemma’s, waarin het niet altijd gemakkelijk is om te weten welke keuze leidt tot 'goede zorg'. Wat zijn die dilemma’s en wat betekenen deze ontwikkelingen in het jeugdbeleid voor de beroepsethiek van professionals in opvoedingssituaties? Daarover gaat het deze workshop. 

Dr. Alies J. Struijs, ethicus, Sinds 1999 werkzaam bij de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg (RVZ) als senior beleidsadviseur en als coördinator van het Centrum voor ethiek en gezondheid(CEG, een samenwerkingsverband van de Gezondheids-raad en de RVZ). Eerder werkzaam in diverse adviesfuncties in de jeugdzorg.

Relevante publicaties o.m.:
- (met Frans Brinkman) Botsende waarden. Ethische en etnische kwesties in de hulpverlening. Utrecht, NIZW, 1996),
- Aanpakken of wegkijken? Verschuivende grenzen tussen de publieke sfeer en de privé-sfeer, het contact tussen school en thuis. In: Bij de Les, 2007 nr. 6: Thema katern: 38-39.
- (met Ingrid Doorten) Over de drempel? Morele dilemma’s van jeugdhulpverleners bij het signaleren van opvoedingsproblemen. In: Zin in zorg, juni 2008
- (met Ingrid Doorten) Dilemma’s op de drempel. Signaleren en ingrijpen van professionals in opvoedingssituaties. Den Haag, Centrum voor ethiek en gezondheid 2008 (recent verschenen en hier te downloaden)

AANMELDING - KOSTEN - ACCREDITATIE

Deelnemers voor de conferentie kunnen zich tot 6 oktober aanmelden via deze website. Inschrijvingskosten bedragen € 75,- bij gewone inschrijving, € 90,- voor hen die accreditatiepunten willen ontvangen, en €40,- voor studenten. Voor de workshops geldt een maximaal aantal deelnemers van 25 personen. Voor deelname aan de workshops wordt u daarom verzocht uw eerste en tweede voorkeur aan te geven.  Er is een maximum aantal deelnemers voor de hele conferentie. Klik hier voor het aanmeldingsformulier.
Er is accreditatie aangevraagd bij respectievelijk de NVO/NIP en NOvA. Hoeveel punten deelname oplevert is nog niet definitief bekend. Naar verwachting zal de NOvA 4 punten toekennen. Meer informatie hierover volgt zo snel mogelijk.

[top^]

LOCATIE EN ROUTE

De conferentie vindt plaats op de campus van de Vrije Universiteit, in gebouw Transitorium, gelegen aan de hoek Van der Boechorststraat - De Boelelaan.

Routebeschrijvingen per auto en openbaar vervoer naar de campus en een plattegrond van de campus vindt u hier.

[top^]

SUBSIDIE EN SAMENWERKING

Deze conferentie wordt mede mogelijk gemaakt door subsidie van NWO-Ethiek Onderzoek & Beleid en door samenwerking met het Amsterdams Centrum voor Kinderstudies en de VU Law Academy.

[top^]

CONTACT

Doret de Ruyter
dj.de.ruyter@psy.vu.nl 

Jos Kole

Faculteit der Psychologie en Pedagogiek
Afdeling Onderwijskunde en Opvoedingsfilosofie &
Amsterdams Centrum Kinderstudies (ACK)
Van der Boechorststraat 1
1081 BT  Amsterdam

[top^]

Idealen van professionals


Datum:13 oktober 2006
Locatie:


VU-Amsterdam
Faculteit der Psychologie en Pedagogiek
Van der Boechorststraat 1, zaal K1B-74
Amsterdam (meer informatie over locatie onderaan deze pagina)
Tijd:10:00 (ontvangst vanaf 9:30) – 16:15
Bedoeld voor:

professionals van uiteenlopende beroepsgroepen,
vertegenwoordigers beroepsorganisaties en ministeries
professionele ethici
Georganiseerd door:
Jos Kole, Doret de Ruyter,
NWO-project The Good Professional
Aanmelding:

via registratie studiedag Idealen van Professionals
kosten bedragen, inclusief boek, €65,-
aanmelding mogelijk tot 5 oktober 2006
Contact:dj.de.ruyter@psy.vu.nl

 

Op deze studiedag zullen diverse sprekers met professioneel ethische expertise kort, prikkelend en in confrontatie met elkaar, een reeks professies portretteren aan de hand van hun idealen. Vervolgens zal er veel gelegenheid zijn voor uitwisseling tussen professionals van uiteenlopende beroepsgroepen en met ethici.

Programma

9:30Onvangst en koffie
10:00Welkom en inleidingDoret de Ruyter
10:05
Inleiding op thema
Jos Kole
10:20



Presentatie
10:20 Idealen van doctoren,


10:35 Idealen van atleten

Jolanda Dwarswaard (Margot Trappenburg, Medard Hilhorst)

Jan Vorstenbosch
10:50


Discussie
10:50 Jolanda Dwarswaard en Jan Vorstenbosch
11:55 inclusief zaal

11:10

Pauze
11:20

Presentatie
11:20 Idealen van journalisten
11:35 Idealen van militairen

Jan Greven
Desiree Verweij
11:50



Discussie
11:50 Jan Greven en Derisee Verweij
11:55 inclusief Margot Trappenburg en Jan Vorstenbosch
12:05 inclusief zaal

12:20
Lunch
13:20Presentatie
13:20 Idealen van ingenieurs
13:35 Idealen van dominees

Ibo van der Poel
Lieke Werkman
13:50



Discussie
13:50 Ibo van der Poel en Lieke Werkman
13:55 inclusief alle voorgaande sprekers
14:05 inclusief zaal
14:25




Presentatie
Idealen van leerkrachten
14:40 Discussie
14:40 inclusief alle voorgaande sprekers
14:55 inclusief zaal

Doret de Ruyter



15:15





Pauze – tijdens pauze posterpresentaties professies/bundelauteurs
Carlo Leget/Gert Olthuis (zorgprofessionals), Anne Ruth Mackor (geestelijk verzorgers), Frans Brom (professionals agrarische sector), Henk van Luijk (professionals in bedrijfsleven), Carol van Nijnatten (maatschappelijk werkers), Edgar Karssing (ambtenaren), Wibren van der Burg (juristen), inclusief posters voorgaande sprekers
15:45
Plenaire afsluiting: oogst van interprofessionele uitwisseling?
16:15Afsluiting, daarna borrel

Toelichting thema:

Professionals zijn van levensbelang voor onze samenleving. Sinds een aantal decennia zijn echter geregeld alarmerende berichten te horen in de media en wetenschappelijke literatuur: Professionalisme zou in crisis verkeren, onder druk staan van doorgeschoten bureaucratie en marktwerking. Beroepseer kalft af tot beroepszeer. Mondige burgers knagen aan de voorheen vanzelfsprekende autoriteit van professionals terwijl professionele autonomie betwist of beknot wordt door herhaald overheidsingrijpen. Behalve externe politieke, sociale en economische veranderingen zijn er ook ‘interne’ factoren die professionalisme ondermijnen. Wanneer professionals eigenbelang of winstbejag boven dienstbaarheid aan de klant of patiënt stellen en hun roeping of betrokkenheid bij belangrijke sociale waarden verliezen, komt hun geloofwaardigheid en imago onder druk te staan.
Hoe worden professionals weer zichzelf of hoe blijven ze het temidden van al die veranderingen? Eén antwoord zou kunnen zijn dat ze zich moeten (blijven) oriënteren op hun idealen. Aandacht voor de idealen van de eigen professie, zou professionalisering een impuls kunnen geven. Maar wat zijn idealen precies en welke zouden door een professie nagestreefd moeten worden? Hoe zouden die idealen zich moeten verhouden tot de gedragsregels, deugden, competenties en beroepsprofielen die professies en beroeps­organisaties huldigen en hanteren? Dergelijke vragen staan centraal op deze studiedag. Iedere professie zou die vragen voor zichzelf kunnen beantwoorden maar de vooronderstelling van deze dag is dat uitwisseling van uiteenlopende professionals onderling en met ethici een meerwaarde zou kunnen hebben. Voor deze dag hebben we een keuze van enkele professies moeten maken, waarbij we onder meer gekeken hebben naar de grootte van de beroepsgroepen en naar hun diversiteit. Interprofessionele ethische reflectie zou interessante inzichten en contrastervaringen op kunnen leveren waar elke professie wat aan heeft in de eigen zoektocht  naar goed professionalisme. 

Met deze studiedag wordt ook de publicatie voorbereid van een bundel over idealen van professionals. In de bundel zullen de in lezingen en op posters belichte professies door de auteurs uitgebreider over het voetlicht worden gebracht. Wie zich aangemeld heeft voor de conferentie zal het boek na publicatie ontvangen.
Bundel en studiedag komen voort uit het het NWO-project The Good Professional. Meer informatie over het project vindt u op The Good Professional.

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam

spamfuik@vu.nl