Informatie voor professionals

De KID-N is een ontwikkelingsschaal voor jonge kinderen, die door ouders of (professionele) verzorgers wordt ingevuld. De KID-N is de Nederlandse versie van de KIDS (Kent Infant Development Scale), die werd ontwikkeld door Prof. Dr. J. Reuter van Kent State University in Ohio, Verenigde Staten (Katoff, Reuter & Dunn, 1980). Nieuwe normeringen, op basis van een steeds groeiende steekproef verschenen in 1982 en 1990 (Reuter & Gruber, 2000). Zowel de KIDS als de KID-N is bedoeld voor kinderen met een ontwikkelingsleeftijd tot 15 maanden en (bij kinderen met beperkingen) een chronologische leeftijd tot ongeveer acht jaar. De schaal is gebaseerd op de aanname dat jonge kinderen in beginsel een soortgelijke ontwikkeling doorlopen en daarbij, in een vrijwel vaste volgorde, steeds meer gedragingen gaan vertonen. De KIDS levert een score voor de totale ontwikkeling en scores op de deelgebieden cognitie, motoriek, taal zelfredzaamheid en sociale ontwikkeling.

Op deze website zijn de vernieuwde Nederlandse normen op basis van de aangevulde normeringssteekproef te vinden. Voor uitgebreide informatie over de interpretatie van de resultaten en nadere gegevens over de validiteit en betrouwbaarheid van de KID-N verwijzen wij u naar de bij Swets verschenen handleiding bij de KID-N; hier is ook de oorspronkelijke Nederlandse normering van de schaal te vinden (Schneider, Loots & Reuter, 1990). Het testmateriaal en het computerscoringsprogramma zijn verkrijgbaar bij Harcourt test publishers.

doelgroep
De KID-N is bruikbaar voor baby’s, maar ook voor jonge kinderen met beperkingen. Een voordeel van de beoordeling door ouders of verzorgers is dat de beoordeling niet gebonden is aan een testsituatie. De beoordelaar kan voor zijn beoordeling steunen op observatie van het kind in verscheidene alledaagse situaties. Ook wordt zo voorkomen dat het kind door de spanning in de testsituatie beneden zijn niveau presteert, een reëel gevaar voor bijvoorbeeld kinderen met cerebrale parese door toename van het spasme in de testsituatie. Invulling door de ouders heeft het bijkomende voordeel dat op deze wijze een basis wordt gelegd voor een gesprek tussen ouders en professionals over de ontwikkeling van het kind.

betrouwbaarheid
Een voorwaarde voor invulling door ouders of verzorgers is uiteraard dat deze betrouwbaar kunnen rapporteren over de ontwikkeling van het kind. Uit onderzoek in zowel de Verenigde Staten als in Nederland is gebleken dat zowel de test-hertest als de interbeoordelaarbetrouwbaarheid hoog zijn. (Reuter & Gruber, 2000, pagina 49-52, Schneider, Loots & Reuter, 1990, pagina 8-10). Ook de validiteit, zoals gemeten door de uitkomsten te vergelijken met respectievelijk de Amerikaanse en Nederlandse versie van de Bailey Scales of Infant Development (BSID en BOS 2-30) is hoog (Reuter & Gruber, 2000, pagina 52-56, Schneider, Loots & Reuter, 1990, pagina 10-11). In de schaal is nog een controle ingebouwd in de vorm van een zogenaamde consistentieschaal. Door het vergelijken van de antwoorden op een deel van de items kan een neiging tot inconsistent antwoorden worden vastgesteld; bij een inconsistentiescore groter dan 4 moet de invulling van de schaal als onvoldoende betrouwbaar worden beschouwd. Hoewel de schaal door ouders en verzorgers kan worden ingevuld is bij de interpretatie van de resultaten het oordeel van een gedragsdeskundige noodzakelijk. Deze kan beoordelen of er bij de gevonden resultaten, bijvoorbeeld bij een gevonden verschil tussen de uitkomsten op de subschalen, sprake is van een toevalsfluctuatie of dat de uitkomst aanleiding geeft tot verder onderzoek.

validiteit
De KIDS geeft een goede voorspelling van KIDS-resultaten en resultaten van andere ontwikkelingsschalen bij kinderen tussen 0 en 14 maanden. Bij voorspelling van de ontwikkeling op termijn van 2 en 3 jaar neemt de validiteit sterk af; dit is in overeenstemming met ander onderzoek, dat de geringe overeenkomst tussen scores op ontwikkelingsschalen en scores op intelligentiematen aantoont, omdat de beide soorten maten zich richten op verschillende aspecten van de ontwikkeling van kinderen (Reuter & Gruber, 2000, pagina 54). De predictieve validiteit is vergelijkbaar met die van andere ontwikkelingsschalen, waaronder de BSID ( Morrow-Tlucak et al., 1987). Van de KIDS is bovendien aangetoond, dat de schaal gevoelig is voor het opsporen van ontwikkelingsachterstand in klinische groepen dat wil zeggen kinderen met medische risicofacoren (Reuter & Gruber, 2000, pag.56).

De KID-N, de Nederlandse vertaling met Nederlandse normen, verscheen in 1990 (Schneider, Loots en Reuter). De normeringssteekproef voor deze versie omvatte 566 Nederlandse baby’s zonder bekende gezondheidsproblemen. In de COTAN-beoordeling van de KID-N werden enige aspecten nog als onvoldoende beoordeeld: een belangrijk bezwaar was dat de normeringssteekproef relatief klein was en bovendien te kleine aantallen proefpersonen in sommige van de leeftijdsklassen vertoonde. De aantallen kinderen in de leeftijdscategorieen 2 tot 6 maanden waren groter dan de aantallen heel jonge of wat oudere kinderen. Ook was het merendeel van de proefpersonen afkomstig uit stedelijke gebieden. In een aanvullende normeringsstudie in de periode 1995-1996 werden de leemtes in de steekproef opgevuld, waardoor een nieuwe, meer valide normering ontstond. De nieuwe normen zijn berekend over een totaal van 865 ingevulde schalen; nadere gegevens over de samenstelling van de steekproef worden hieronder gegeven). De nieuwe Nederlandse normering op basis van een grotere steekproef geeft slechts kleine verschillen te zien ten opzichte van de oorspronkelijke normering; de leeftijdsnormen schuiven enigszins op in de richting van de resultaten van het Amerikaanse normeringsonderzoek. De Amerikaanse normstudie was gebaseerd op 706 ingevulde schalen, die verzameld waren in de periode 1978-1990. Bij de uitbreiding van de oorspronkelijke steekproef in 1982 en 1990 bleken de nieuw toegevoegde schalen niet significant te verschillen met de al verzamelde schalen binnen dezelfde leeftijdscategorie. Er blijkt dus sprake te zijn van een grote stabiliteit in scores, anders dan bij scores op sommige intelligentietests, waar een score-toename in de tijd is geconstateerd, het zogenaamde Flynn-effect (Flynn, 1999). In de tweede en aanvullende normeringssteekproef zijn de tekorten bij de oudere groepen weggewerkt door gericht ouders te benaderen. In de totale normeringssteekproef bevatten alle leeftijdscategorieën tenminste 50 kinderen.

normeringssteekproef; verdeling van de populatie m.b.t. leeftijd en sexe

leeftijd in maanden

1234567891011121314>14
jongens16443843393624292832282121194
meisjes18295148344332272131223529158
totaal347389917379565649635056503412

* leeftijdscategorieën in maanden: categorie "1 maand" bevat de kinderen tot 1,5 maand; de categorie "2 maanden" bevat de kinderen in de leeftijd van 1,5 tot 2,5 maand, etc.

Literatuur:
Flynn, J.R. (1999) Searching for justice: The discovery of IQ gains over time. American Psychologist, 54, 5-20.
Morrow-Tlucak, M., Ernhart, C.B. & Liddle, C.J. (1987) The Kent Infant Development Scale: Concurrent and predictive validity of a modified administration. Psychological reports, 60, 887-894.
Reuter, J. & Gruber, C. (2000)KIDS. Kent Inventory of Developmental Skills. Manual. Los Angeles: Western Psychological Services.
Schneider, M.J., Loots, G.M.P. & Reuter, J. (1990)Kent Infant Development Scale. Nederlandse bewerking. Handleiding. Lisse: Swets en Zeitlinger.

Contactpersonen: Ineke Loots en Marja Schneider

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam

spamfuik@vu.nl