De impact van borstkankerbehandeling op het bewegingsapparaat

De diagnose borstkanker krijgen heeft een enorme impact op iemands leven. Gelukkig zijn de overlevingskansen voor vrouwen met borstkanker de afgelopen jaren sterk verbeterd, door betere diagnose en behandelmogelijkheden. Helaas heeft de behandeling van borstkanker (bijv. operatieve ingreep, chemotherapie, radiotherapie en hormoontherapie) vaak vervelende neveneffecten.  Deze neveneffecten die soms langdurig aanhouden, kunnen een grote impact hebben op alledaagse activiteiten en de kwaliteit van leven. Nu de overlevingskansen steeds hoger worden komt er gelukkig ook steeds meer aandacht voor de (niet levensbedreigende) neveneffecten en de kwaliteit van leven van overlevenden. Onze onderzoeksgroep is geïnteresseerd in het verkrijgen van inzicht in de  neveneffecten van borstkankerbehandeling op het bewegingsapparaat (neuromusculoskeletaal), met als einddoel het verder optimaliseren van de (na-)zorg voor borstkankerpatiënten op het gebied van preventie, diagnose, en behandeling van deze neveneffecten.


Schouderfunctie na borstkankerbehandeling

Eén van de veelvoorkomende neveneffecten na borstkankerbehandeling is een pijnlijke of beperkte beweeglijkheid van de schouder. Ongeveer 35% van de vrouwen die behandeld zijn voor borstkanker rapporteert langdurig problemen met schouderfunctie. Deze klachten kunnen zorgen voor moeilijkheden bij bijvoorbeeld lichaamsverzorging, huishoudelijke taken, werk of sportuitoefening. In deze onderzoekslijn proberen wij meer inzicht te krijgen in de aard en oorzaak van deze klachten. In de onderzoeksprojecten vindt een evaluatie plaats van schouderfunctie op het gebied van mobiliteit (beweeglijkheid) en/of spierfunctie. Bij deze metingen wordt o.a. gebruik gemaakt van sensoren die de schouder en armbewegingen kunnen registreren (XSens), spierfunctieonderzoek met behulp van elektromyografie (EMG), en zenuwonderzoek met behulp van echografie. Hierbij worden de resultaten bij vrouwen met schouderklachten na borstkankerbehandeling vergeleken met die van vrouwen zonder schouderklachten na borstkankerbehandeling en een controlegroep van vrouwen zonder borstkanker in de geschiedenis.

bewegingsonderzoek schouder
Bewegingsonderzoek schouder

echografie schouder
Echografie schouder

spierfunctieonderzoek schouder
Spierfunctieonderzoek schouder


Meedoen?


Voor dit onderzoek zijn we nog hard op zoek naar deelnemers. Aan het onderzoek doen drie groepen vrouwen mee:

  • Vrouwen (18-65 jaar) die behandeld zijn voor borstkanker (aan 1 zijde) en die hierna schouderklachten hebben ontwikkeld. De primaire behandeling (operatie, chemotherapie, radiotherapie) is tenminste 1 jaar geleden.
  • Vrouwen (18-65 jaar) die behandeld zijn voor borstkanker (aan 1 zijde) zonder schouderklachten. De primaire behandeling (operatie, chemotherapie, radiotherapie) is tenminste 1 jaar geleden. 
  • Vrouwen (18-65 jaar) zonder borstkanker in de voorgeschiedenis en zonder schouderklachten.


Balanscontrole na borstkankerbehandeling


Verschillende onderzoeken wijzen uit dat overlevenden van (borst-)kanker vaker vallen dan mensen die niet behandeld zijn voor kanker. Mogelijk is dit gerelateerd aan de impact van de behandeling (met name chemotherapie en radiotherapie) op het balanscontrole systeem. Deze therapieën kunnen een effect hebben op verschillende organen die belangrijk zijn voor een goede balanscontrole zoals, zenuwen, spieren, evenwichtsorgaan, ogen en huid. Als hierdoor de balanscontrole verstoord wordt kan dit leiden tot een verhoogd valrisico. Met een aantal specifieke balanstesten tijdens zitten, staan en lopen, proberen we in dit onderzoek een beter beeld te krijgen van de impact van borstkankerbehandeling op het balanscontrole systeem. De resultaten op de testen zullen worden vergeleken met een groep vrouwen zonder borstkanker in de voorgeschiedenis.

staande-balans
Staande-balans

zittende balans
Zittende balans


Meedoen?


Ook voor dit onderzoek zijn we nog hard op zoek naar mensen die deel willen nemen. Aan het onderzoek doen twee groepen vrouwen mee:

  •  Vrouwen (18-65 jaar) die behandeld zijn voor borstkanker. De primaire behandeling (operatie, chemotherapie, radiotherapie) is tenminste 1 jaar geleden.
  • Vrouwen (18-65 jaar) zonder borstkanker in de voorgeschiedenis en zonder (ervaren) balansproblemen.


Onderzoekers


Dit onderzoek wordt gecoördineerd door Prof. Dr. Michel Coppieters en Dr. Trienke IJmker  van de afdeling Bewegingswetenschappen van de VU.

Michel_Coppieters
Michel Coppieters

Trienke_IJmker
Trienke IJmker

Wilt u graag mee doen aan dit onderzoek of wilt u meer informatie? Vult u dan onderstaand contactformulier in!


De coördinerend onderzoeker neemt dan zo snel mogelijk contact met u op.