Home > Onderzoek > Onderzoek uitgelicht > Hoe filteren we visuele informatie?

Hoe filteren we visuele informatie?

Afdeling: Experimentele & Toegepaste Psychologie
Sectie: Cognitieve Psychologie
Onderzoeksgebied/-thema: waarneming, cognitie, geheugen, hersenfuncties
Onderzoeker: Chris Olivers
Subsidie: ERC Consolidator 


visuele_infoZodra we onze ogen opendoen stroomt er een nagenoeg 180 graden breedbeeld televisieprogramma aan visuele informatie ons brein binnen. Aandachtsprocessen filteren deze informatie actief en dynamisch, op basis van wat op dat moment wel en niet relevant voor ons is. Denk aan het zoeken naar een bewegwijzeringsbord in een nieuwe stad, of naar de bananen op de groenteafdeling. Het huidige standaardmodel zegt dat deze filters ingesteld worden met behulp van het werkgeheugen – een dynamisch geheugen waarin informatie korte tijd vastgehouden en gemanipuleerd wordt. Dat wat actief is in het werkgeheugen zal automatisch onze waarneming beïnvloeden.

Middels een prestigieuze ERC Consolidator subsidie onderzoekt professor Chris Olivers deze interactie tussen het geheugen en de waarneming. Het blijkt namelijk niet zo eenvoudig te liggen en veel is nog onbekend. Ten eerste lijkt het erop dat het brein op elk moment kan controleren welke actieve geheugensporen wel en welke niet de waarneming beïnvloeden. Hoe gebeurt dat? Ten tweede lijkt de capaciteit tot filteren ernstig beperkt, veel beperkter dan men op basis van de werkgeheugencapaciteit zou verwachten. Wat is daar de oorzaak van? En ten derde lijkt de waarneming vaak veel sterker te worden beïnvloed door andere typen geheugen dan het werkgeheugen, zoals het impliciete (onbewuste) en langetermijngeheugen. Gewoonten zijn daarin dikwijls bepalender dan de optimale keuze voor dat moment. Hoe vindt die overgang tussen verschillende geheugensoorten plaats en hoe behoudt het systeem dan toch de nodige flexibiliteit?

Met de nieuwste technieken worden waarneming, oogbewegingen en hersenactiviteit gemeten, om zo te achterhalen hoe en wanneer het geheugen de sensorische input beïnvloedt, welk geheugentype hierbij wordt gebruikt, door welke hersenfuncties dat wordt bepaald, en wat de dynamiek is van het schakelen tussen verschillende filters. De resultaten zullen naar verwachting belangrijke nieuwe inzichten verschaffen voor theorieën over de waarneming, maar ook tot nieuwe richtlijnen leiden voor praktische toepassingen.

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam

spamfuik@vu.nl