Cito-scores van 8-12 jarigen hangen samen met hun zelfregulatie

Een goede concentratie en kunnen plannen zijn belangrijke voorwaarden voor goede schoolprestaties op 8-12-jarige leeftijd.

22-10-2018 | 15:47

Dat een leerling zich kan concentreren in de klas, huiswerk kan organiseren en impulsief gedrag kan reguleren zijn belangrijke voorwaarden voor goede schoolprestaties op 8-12-jarige leeftijd. Dat blijkt uit een groot onderzoek van het Centrum Brein & Leren van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Leraren beoordeelden de ‘zelfregulatie’ van hun leerlingen. Dit is een vaardigheid en deze werd in verband gebracht met de Cito-scores. Het onderzoek concludeert dat het zinvol kan zijn om de zelfregulatie en verwante vaardigheden ‘in de klas’ te stimuleren en daarmee de leerprestaties te verbeteren.
De studie is gepubliceerd in het tijdschrift Frontiers in Psychology en voor iedereen beschikbaar (open access). 

“Aan het eind van de basisschool bestaan grote verschillen tussen leerlingen in hun schoolprestaties. Tot nu toe was niet bekend waar deze individuele verschillen aan te wijten zijn. Wij onderzochten of vaardigheden op gebied van de zelfregulatie wellicht een rol spelen. In onze studie ging het om aandacht, planning en de impulsregulatie”, vertelt onderzoeker dr. Marleen van Tetering. Zij voerde samen met haar promotor, prof. Jelle Jolles een groot onderzoek uit bij 211 leerlingen in groep 5-8. De leerlingen waren afkomstig van 4 scholen in Noord-Holland. Hun leraren beoordeelden de zelfregulatie en verwante vaardigheden van hun leerlingen met behulp van een beoordelingsinstrument, de Amsterdam Executive Function Inventory (AEFI). De zelfregulatie van twee groepen werd vervolgens vergeleken: die van leerlingen met hoge en lage scores op de Cito rekenen & wiskunde, die van leerlingen met hoge en lage scores op de Cito spelling en die van leerlingen met hoge en lage scores op de Cito begrijpend lezen. Het onderzoek wees uit dat de groepen van leerlingen met lagere Cito-prestaties ook gekenmerkt worden door een minder goede zelfregulatie.

Zelfregulatie is een belangrijke voorwaarde

Het onderzoek suggereert dat in ieder geval de volgende vier factoren belangrijk zijn voor goede leerprestaties op school:

  1. De leerling moet zich kunnen concentreren.
    Dat een leerling zich kan concentreren in de klas is een belangrijke voorwaarde om nieuwe kennis op te kunnen doen. Een leerling moet zich concentreren als de leraar klassikaal uitleg geeft en als er zelfstandig gewerkt wordt.
  2. De leerling moet vaardig zijn in het plannen.
    Een tweede voorwaarde voor leren is het kunnen plannen en organiseren van schoolwerk. Er zijn verschillende vormen van plannen. Een vorm is wanneer je een planning maakt van dagelijkse activiteiten, bijvoorbeeld: “tot 5 uur ga ik huiswerk maken en om 7 uur ga ik naar de voetbal.” Een andere vorm is wanneer deelstappen worden gepland die nodig zijn om bijvoorbeeld een rekenopgave op te lossen: “wat is de eerste stap, en welke stap volgt daarna?”
  3. De leerling moet zijn impulsen kunnen onderdrukken en goed prioriteren.
    Een derde voorwaarde voor leren heeft betrekking op het kunnen reguleren van impulsen en het kunnen prioriteren: “Eerst ga ik huiswerk maken en dan ga ik gamen, en niet andersom.” Ook veel kinderen in de bovenbouw van de basisschool zijn nog niet zo goed in het verdelen van de aandacht; ze worden snel afgeleid en zijn nog vrij associatief. De aandacht en impulsregulatie ontwikkelt zich door ervaring.
  4. De leerling moet in staat zijn om te reflecteren op eerder gedrag.
    Er is ook veel ervaring nodig voor de vaardigheid van het reflecteren op eerder gedrag. Het gaat om het zelfinzicht dat nodig is om eerder gedrag aan te kunnen passen: “Ik heb mijn toets niet gehaald omdat ik te weinig tijd aan het leren heb besteed en te veel tijd aan gamen.”

De vier genoemde factoren zijn alle een aspect van de ‘zelfregulatie’ die in deze grote studie zijn onderzocht. Als er niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, dan kan dat nadelige gevolgen hebben voor de schoolprestaties van leerlingen, aldus de resultaten van het onderzoek. 

Twee verklaringen 

Er zijn verschillende verklaringen voor de slechtere Citoscores van leerlingen met een minder goede zelfregulatie. Een verklaring is dat leerlingen met een slechtere zelfregulatie moeite hebben om zich gedurende een langere tijd op een toets te concentreren. Ook hebben ze moeite met het plannen en prioriteren van de deelstappen die nodig zijn om een complexe opdracht op te lossen. En ze laten zich tijdens het maken van een toets afleiden door irrelevante informatie en komen niet tot de kern. Lagere zelfregulatievaardigheden hebben zo een direct negatief effect op de schoolprestaties van leerlingen.

Een andere verklaring voor de relatie tussen zelfregulatie en schoolprestaties is dat kinderen die hun huiswerk beter kunnen plannen en hun aandacht erbij hebben in de klas, een voordeel hebben omdat het gemakkelijker voor hen is om nieuwe kennis op te doen. Omdat ze thuis en op school meer kennis hebben opgedaan, zijn ze beter in het identificeren van relaties zowel binnen onderwerpen als tussen onderwerpen wat de schoolprestaties ten goede komt.

Implicaties voor het onderwijs

Medeauteur en verantwoordelijk voor het onderzoek naar ‘onderwijs, brein & leren’, Jelle Jolles stelt: “Het uitgevoerde onderzoek is correlationeel van aard. Dat betekent dat er niet gezocht is naar directe causale verbanden tussen zelfregulatie en schoolprestaties. En mogelijk spelen andere factoren ook een rol. Toch suggereert het onderzoek dat zulke verbanden kunnen bestaan en dat het zinvol kan zijn om juist kinderen met slechte schoolprestaties te trainen in het ontwikkelen van een goede zelfregulatie”.
 
Jolles: “Uiterst belangrijk is de feedback van de leraar. Die kan vragen ‘Myrthe hoe is het gegaan? En wat ging er goed en wat niet?’ Het kind wordt alleen vaardig in zelfinzicht en zelfregulatie als het leert om zijn of haar eigen gedrag en aanpak te evalueren en ook in woorden te beschrijven. De leraar kan leren herkennen in welke aspecten van de aanpak verbetering mogelijk en nodig is. Hij kan in dezen optreden als coach en inspirator. Belangrijk is dat hij de leerling routes wijst in ‘hoe ga je met dit soort situaties en leerproblemen om?’ en ook kan hij de leerling wijzen op zaken die hem afleiden van de leerstof. Het helpt al heel wat als de leerling weet dat ‘zelfregulatie’ zich ontwikkelt en afhangt van de hersenontwikkeling, net zoals dat geldt voor planning en andere functies die voor leren belangrijk zijn.”

Naast interventies kan school ook voorlichting en psycho-educatie geven aan ouders over het belang van goede zelfregulatievaardigheden voor schoolprestaties. Ze kunnen ouders verwijzen naar relevante teksten die op het internet staan (zie bijvoorbeeld dit artikel over executieve functies). En school kan handvatten bieden over ‘hoe pak je dat dan aan?’. 

Dergelijke programma's die gericht zijn op het stimuleren van de ontwikkeling van zelfregulatie zijn niet alleen bevorderlijk voor de leervaardigheden van kinderen, maar ze kunnen ook de leeromgeving verbeteren.
De programma’s zorgen dat leerlingen leren om hun aandacht beter te focussen op hun eigen leerwerk en zich minder te laten afleiden door prikkels in de klas.

Het volledige artikel vindt u hier: https://doi.org/10.3389/fpsyg.2018.00438