VU-onderzoek zorgt voor andere kijk op gebruik van ADHD-medicijnen in de klas

De landelijke netwerkorganisatie in de kinder- en jeugdpsychiatrie heeft haar informatievoorziening voor ouders, leerkrachten en behandelaars aangepast

19-09-2018 | 10:36

De landelijke netwerkorganisatie voor professionals in de kinder- en jeugdpsychiatrie heeft haar informatievoorziening voor ouders, leerkrachten en behandelaars aangepast op basis van de resultaten van onderzoek van klinisch neuropsycholoog Anne Fleur Kortekaas-Rijlaarsdam. Het blijkt dat medicatie voor kinderen met ADHD positieve invloed heeft op het gedrag maar niet of nauwelijks op schoolprestaties. Zij adviseert daarom behandelaren om medicatie niet voor te schrijven met als doel schoolprestaties te verbeteren. Kortekaas-Rijlaarsdam is op dinsdag 18 september gepromoveerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam .

De aanpassingen in de informatievoorziening zijn bedoeld voor ouders zodat zij weten wat ze wel en niet kunnen verwachten van medicijnen. Kortekaas-Rijlaardam: “Zo begrijpen zij dan bijvoorbeeld dat hun zoon of dochter zich rustiger voelt in de klas en dat ze misschien makkelijker contact hebben met klasgenoten. Maar niet zozeer dat ze ook daadwerkelijk toetsen beter maken of een hoger middelbare schoolniveau halen”.

Kortekaas-Rijlaarsdam toont ook aan dat de kleine effecten die ADHD-medicijnen hebben op de leerprestaties van kinderen met ADHD, niet zozeer verklaard kunnen worden door verbeteringen in hun gedrag in de klas. Kortekaas-Rijlaarsdam: “Je zou verwachten dat de verbeteringen in schoolprestaties die we zien, verklaard kunnen worden doordat kinderen minder afgeleid zijn en langer aan een taak kunnen werken. Maar dat is niet wat we vinden.” Ook toont Kortekaas-Rijlaarsdam aan dat ADHD-medicijnen geen invloed hebben op geheugen- en aandachtsfuncties die belangrijk zijn om goed te kunnen leren en dat kinderen met ADHD niet meer gemotiveerd zijn voor school wanneer zij ADHD-medicijnen gebruiken.

Invloed op gedrag groter dan schoolprestatie
Zeventig procent van de kinderen met ADHD heeft baat bij medicatie als het gaat om het verminderen van bekende klachten als aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit. Methylfenidaat – de werkzame stof in medicijnen zoals zoals Ritalin of Concerta - zorgt ervoor dat de productiviteit van rekenen met 8% toeneemt en de nauwkeurigheid van het rekenen met 3%. Het leidt niet tot verbeteringen in de nauwkeurigheid van het lezen. De verbeteringen in schoolprestaties zijn klein vergeleken met verbeteringen in het gedrag.

Eerst therapie, dan medicijnen
Kortekaas-Rijlaarsdam: “De Gezondheidsraad rapporteert in 2014 dat het aantal kinderen tussen de 4-18 jaar dat methylfenidaat kreeg voorgeschreven sinds 2003 is toegenomen van 1% naar ruim 4%. Bij de behandeling van milde tot matig ernstige ADHD moeten de behandelaren eerst kijken naar een psychosociale aanpak van problemen, voordat zij op medicatie overgaan. Behandelaars moeten terughoudend zijn met het voorschrijven van medicatie wanneer ze zien dat de nadruk ligt op de aanpak van teruglopende schoolprestaties.”

Het volledige proefschrift van Anne Fleur Kortekaas-Rijlaarsdam vindt u hier.