Claudia van Kruistum

Claudia van KruistumOnderwijs: iedereen heeft er een mening over. Er wordt veel en vaak geroepen dat onderwijs anders moet. Door de eeuwen heen is onderwijs altijd onderhevig geweest aan veranderingen. Maar is een verandering wel altijd een verbetering? En wat is eigenlijk goed onderwijs?

Dat zijn de overkoepelende vragen waar we ons mee bezighouden in de sectie Onderwijswetenschappen. Thema’s die daarbij aan bod komen zijn onder andere digitale leeromgevingen, onderzoekend leren, dialogen in de klas en verwondering. 



Deze thema’s hebben met elkaar gemeen dat ze aansluiten bij vragen die leven in de onderwijspraktijk: Hoe maak je onderwijs betekenisvol? Welke rol speelt de leerkracht daarin? En in hoeverre kan ICT hier ondersteuning bij bieden?

In mijn eigen onderzoek houd ik me voornamelijk bezig met de wijze waarop kinderen (0-18 jaar) buiten school op een informele manier leren van ICT. Die buitenschoolse praktijken zijn interessant voor het onderwijs omdat ze ons laten zien met welke kennis en vaardigheden kinderen naar school komen en wat hen motiveert om te leren. Tegelijkertijd tonen deze praktijken welke unieke bijdrage school kan leveren. Matilda uit het gelijknamige boek van Roald Dahl onderricht  – bij een gebrek aan betrokken ouders – door veel te lezen zichzelf. Maar Matilda is een ongewoon meisje: de meeste kinderen hebben ondersteuning nodig om het leerpotentieel van oude en ook nieuwe media te benutten. Daar ligt een kans voor het onderwijs.

Om de mogelijkheden en risico’s van ICT in kaart te brengen, maak ik samen met collega’s uit een groot aantal landen deel uit van een internationaal onderzoeksnetwerk en voeren we onder supervisie van de Europese Commissie een longitudinaal onderzoek uit. Dit samenwerkingsverband is belangrijk voor het delen van kennis die wereldwijd wordt opgedaan. Maar samenwerking op lokaal niveau is minstens zo belangrijk. Studenten uit onze bachelor Pedagogische Wetenschappen en onze master Onderwijs en Innovatie leveren in het kader van hun scriptie en stage een bijdrage aan lopend onderzoek. Ook maatschappelijke partners als scholen, gemeentes, nascholingsinstituten en andere instanties die zich met leren en onderwijzen bezighouden, vormen belangrijke partners.

Zo maken we samen het onderwijs hopelijk niet alleen anders, maar ook beter. Leerkrachten houden ons scherp door duidelijk te maken aan welke antwoorden zij behoefte hebben. En wij dragen bij aan hun onderwijspraktijk door te onderzoeken wat werkt, waarom het werkt, waartoe het werkt – en of dat wel zo wenselijk is. Want om te bepalen of een verandering een verbetering is, is niet alleen empirisch onderzoek maar ook een waardeoordeel nodig.